Metse-BTS    Begeleiding, Training en Scholing

Start Omhoog

Koolhydraten ontlenen hun naam aan de gedachte dat het bestaat uit koolstof C en water H2O. De algemene formule is: Cn(H20)m.

Suikers en zetmeel zijn de energiebronnen van het lichaam. De koolhydraten (polysacchariden) zoals zetmeel worden in het maagdarmkanaal gesplitst in enkelvoudige suikers (monosacchariden). Via de darmen komen ze in het bloed terecht.

Glucose (druivensuiker) is een zeer belangrijke energiebron voor de hersenen en de rode bloedlichaampjes. De glucose hoeft niet uit de voeding te komen, want de lever kan uit melkzuur en aminozuren zelf glucose maken. Een deel van de suikers wordt opgeslagen in de lever en de spieren in de vorm van glycogeen.

Figuur: glycogeen

 Omdat de voorraad die kan worden aangelegd beperkt is, wordt de rest van het glycogeen opgeslagen als vet. Glycogeen levert veel sneller energie dan vet. Eén gram koolhydraten levert 17 kJ (4 kcal) energie.

 

Afbeelding:Glucose.png

Afbeelding:Fructose.png

Glucose C6H12O6

Fructose C6H12O6